| |
Kop op, Gerrit!
Hier is weer een VISI van media-analist Anne Boermans, uit het Financiëele Dagblad van zaterdag 10 september.
SCHULDIGE SCHAAMTE
Afgelopen woensdag, Nederland 2: minister van Financiën Gerrit Zalm.
Hij wordt gehoord door de commissie Duivesteijn, die de kostenontwikkelingen rond grote infrastructurele werken als HSL en Betuwelijn onderzoekt.
Zalm gaat zitten.
Schuift zijn stoel naar voren.
Legt de armen op tafel, en leunt naar voren.
Hierdoor buigt hij het hoofd, de kin zakt ver naar beneden.
Vanuit deze basishouding kijkt hij de commissieleden aan.
Het effect op zijn presentatie is desastreus.
Door de stand van het hoofd lijkt het of hij omhoog moet kijken.
Alsof de commissie ver boven hem zit, op een podium van een meter hoog, wat niet het geval is.
We zien veel wit onder de pupillen van de minister.
Hij spreekt, letterlijk, met gebogen hoofd: de impressie van iemand die weet dat hij schuldig is.
Dat effect wordt versterkt door zijn wenkbrauwen.
Hij wil zijn ondervragers aankijken, uiteraard, doch met een naar beneden gericht gelaat.
Dan zitten die wenkbrauwen in de weg.
Dus moet hij deze optillen.
Dat is één.
En vormen zich vervolgens rimpels op het voorhoofd.
Dat is twee.
Beide mimische factoren versterken de impressie van schuld, alsof hij ook nog ergens bang voor is.
Hij lijkt ieder moment een draai om de oren te verwachten, fysiek of verbaal.
De uitstraling van de te vaak geslagen hond, die op voorhand klappen verwacht.
Het merkwaardige is, dat de minister zijn hoofd in dezelfde pose houdt, ook als hij even achterover leunt in zijn stoel.
Zijn stem versterkt deze uitstraling.
Hij spreekt laag, schor, van achter uit de keel.
Hij moet hierdoor regelmatig even kuchen.
Die factoren geven een indruk van schaamte, naast schuld.
Een vervelende combinatie.
Je kunt vinden dat je iets fout hebt gedaan; jouw schuld. O
p zich niet persé een probleem.
Iedereen maakt fouten.
Schaamte, dat is een andere zaak.
Het gaat richting zelfverwijt.
Waardoor het erop lijkt, dat je de anderen voor wilt zijn: Als ik mezelf maar voldoende verwijt, hoeven jullie dat niet meer te doen.
Vervolgens is het interessant te horen waarover Zalm zich lijkt te schamen.
Tijdens de informatie rond de vorming van het kabinet Balkenende1 werd duidelijk dat Verkeer en Waterstaat een reusachtig bedrag van bijna 1 miljard euro ( Zalm: 700 duizend, werd later iets meer.) op de begroting had staan als risicoreservering voor te verwachten kostenoverschrijdingen rond Betuwelijn en HSL.
De vraag is: wist Zalm dit tijdig, en trok hij aan de bel.
Commissie: En als u nu terugkijkt, vindt u dan dat u voldoende op de hoogte bent gesteld.
Zalm: Ik heb het vermoeden, dat dat wel wat eerder had gekund, ja.
Daarmee, met zijn ogenschijnlijke gevoel van schuld en schaamte, dus impliciet naar een ander wijzend: Zij heeft het gedaan, ikke niet!
De vragensteller gaat gretig door.
Het wordt duidelijk dat Zalm zo zijn ideeën heeft over zijn toenmalige collega van V&W, die hem, naar zijn zeggen, veel te laat op de hoogte stelde.
De naam noemt hij niet.
Die mogen we raden, of even nazoeken.
Conclusie van de commissie: Maar dat moet dan toch voor u als minister van financiën een onaangename verrassing zijn!
Zalm buigt nog verder voorover, en zegt met schorre stem: Zeker!
Hij pauzeert veelbetekenend, en voegt krachtiger toe: JA!!
Hij knijpt vervolgens de lippen stijf op elkaar, en trekt de mondhoeken ver naar beneden.
Daarmee zijn verongelijktheid over zoveel onrecht, hem aangedaan, kenbaar makend.
Het is duidelijk wie er hier straf verdient, volgens hem.
Advies: realiseer je het effect op televisie: wat je ook zegt, als je er ogenschijnlijk schuldig bij kijkt, vindt men je ook schuldig.
Wees je er van bewust dat je bij zon verhoor niet alleen voor een commissie verschijnt, maar ook live zichtbaar bent op televisie.
Kies dus zeer bewust voor de impressie die je de kijker wilt geven.
Oefen dat in dit geval vooral ook met goede tv-apparatuur.
Voor Zalm is de oplossing, qua uitstraling, zeer eenvoudig: hoofd een paar centimeter hoger, zodat de ogen recht in de kassen staan.
Dan kijkt hij ook niet tegen zijn wenkbrauwen, en verdwijnen de rimpelingen op het voorhoofd.
Stem krachtiger, meer voor in de mond: ook een kwestie van oefenen, en je vooral afvragen hoe je over wilt komen.
Wat betreft de inhoud. Realiseer je het effect: ook al wijs je terecht met een beschuldigende vinger naar een ander, bijvoorbeeld je collega-minister, het komt in deze setting snel over als klikken waar iedereen bij zit, behalve degene die jij verlinkt.
12 09 04 - 15:19
|