| |
DOEKLE
af en toe, "sporadisch" of "onregelmatig" mag ik van het Financiëele Dagblad de "Visi's" van communicatie-analist Anne Boermans overnemen.
Als ik het te vaak doe, moet ik auteursrechten aan het FD betalen.
Ik ben zunig, dus ik blijf het "sporadisch" doen, omdat ik ze toch belangrijk vind om door te brieven.
Overigens vertelde een vriendin me laatst dat ze een vertaling had gemaakt van een Disney-musical en dat ze iets had moeten ondertekenen waarin stond dat Disney de rechten op de tekst (vertaald of niet) hield "ïn the whole universe and for all eternity" of zoiets.
Dat leek ons heel lang en heel veel.
En hier is, uit de recentste FD van zaterdag, pagina 2, de Visi, getiteld
REACTIETIJD
(door Anne Boermans, communicatieanalist)
Afgelopen zaterdag, in Twee Vandaag bij de AVRO op Nederland 2: een reportage over Doekle Terpstra. Als voorzitter van het CNV sprak hij de menigte demonstranten toe in Amsterdam.
Terpstra roept, staande op een podium, microfoon in de hand, een aantal zinnen:
1. Kabinet!
2. Probeer nou eens naar ons te luisteren! (benadrukt het woord ons)
3.Probeer niet alleen te vertellen dat je zelf degene bent die alles het beste weet, en dat je daarmee met de rug naar de samenleving staat.
4.Want wie zijn het volk, dat zijn
(zwijgt, en beweegt armen omhoog, om het publiek te laten roepen: Wij!)
5. Wie zijn het volk, dat zijn
(publiek roept weer: Wij!)
Hier blijkt de dynamiek van de volksmenner.
Terpstra zit met het gegeven, dat er tienduizenden mensen op het Museumplein staan, die allen naar hem proberen te luisteren. En ook vooral, letterlijk, hun stem willen laten horen.
Dit geeft twee eisen aan de presentatie: de zinnen moeten kort zijn. En er moet extreem veel ruimte tussen de zinnen zitten voor reactie van de toehoorders.
Hierbij geldt de wet: hoe groter het publiek, hoe langer het duurt voordat iedereen hoort wat je zegt. Zin 1. is dus fantastisch: Slechts één woord.
Zin 2. kan ook heel goed, 7 woorden, maar is al op de rand.
Het publiek probeert instemmend en ondersteunend te joelen. Dat lukt niet helemaal. Terpstra gunt zijn demonstranten iets te weinig tijd. Het gejoel en gefluit zwelt aan, maar ver voor men op vol volume is volgt zin 3. Die is duidelijk minder sterk. Technische oorzaak: de zin is te lang.
Hij probeert, met luide stem uiteraard, een samengestelde zin van 26 woorden neer te zetten.
Dat is stemtechnisch ondoenlijk. Het effect is dat hij met zijn intonatie in de knoei raakt.
Terpstra gaat enigszins golven, met zijn toonhoogte. Hij klinkt daardoor eerder klagerig, dan verontwaardigd.
Dat is lastig voor het imago van een volksmenner.
De klager heeft geen vertrouwen in zijn boodschap, en krijgt waarschijnlijk zijn zin niet.
De achterliggende oorzaak van dit technische probleem is: druk.
Natuurlijk is Terpstra enigszins gespannen.
Er wordt veel van hem verwacht. Als je voor zon 200.000 mensen op een podium durft te gaan staan om ze iets te vertellen, heb je een behoorlijke pretentie. Die moet vervolgens wel worden waargemaakt. Dat geeft een zekere druk, waardoor hij iets te snel wil.
Hij neemt te weinig tijd om zin drie eerst te bedenken, en dan pas uit te spreken. Dus wordt deze veel te lang, en daardoor krachteloos.
Ook om een andere reden: het gebruik van hoog volume. De volksmenner die een menigte wil enthousiasmeren, hoort met luide stem te spreken. Impressie: krachtdadigheid, overtuiging. We staan ergens voor, en we gaan ervoor. Dat kan niet met een invoelende stem, alsof je tegen een ziek kind spreekt. Dat moet op maximaal volume.
Dan blijkt een eenvoudige gegeven. Voor dat hoge volume heb je veel lucht nodig. Dus zijn alleen korte zinnen mogelijk, anders wordt het, per definitie, letterlijk minder sterk dan zou kunnen.
Hier hoort dus een andere tekst.
Bijvoorbeeld, in plaats van Terpstras zin 3: Kabinet!( Nog een keer dat woord; herhaling werkt uitstekend, in een toespraak als deze.)
Jullie zeggen dat je alles weet.
Dat je alles het beste weet.
Dan sta je wel met de rug naar de samenleving!
Tussen al die korte zinnen is dan een zeer lange stilte gewenst, van vele seconden, waardoor het publiek met gejoel en gefluit op volle kracht kan meedoen aan de performance. Timing blijkt dus essentieel, in deze situatie.
Hoe dat werkt, laat Terpstra zien in de zinnen 4. en 5. Daar hanteert hij perfect de methode.
Hij opent de zin, de menigte vult aan. En raakt uitgelaten: kijk ons eens demonstreren!
Even later gebruikt hij ook prachtig het principe van de herhaling.
Hij roept: Wij geloven niet in een samenleving van zelfredzaamheid en individuen. Wij geloven in een samenleving van verbondenheid en solidariteit!
Hij zwijgt geruime tijd, en inderdaad, het gejoel en gefluit zwelt weer aan.
Advies: realiseert u zich de mechanismen.
In de eerste plaats: de reactietijd van een groot publiek. Hetzelfde gegeven speelt ook als u een zaal met 800 man toespreekt. Er is een zekere vertragingsfactor.
Dus: hoe groter het publiek, des te langer de pauzes tussen zinnen en alineas. Pauzes die u kunt benutten om de volgende zin te bedenken, dan wel te lezen.
In de tweede plaats: hoog volume kost spreekenergie. Daarbij zijn extreem korte zinnen sterk aan te raden, anders wordt de presentatie automatisch futloos.
15 10 04 - 16:13
|