Te lamlendig en te moe (luxe-moeheid: verbouwing in huis, kamperen op Tel Sell luchtbed!!) voor mijn weblog.
Zo is het al weken.
Ik ben van klei en zand gemaakt, kan geen voet voor de andere zetten, word moe wakker en ga nog moeier naar (lucht-)bed.
Maar toen las ik een boek, dat me weer naar de computer joeg.
Het werd me zomaar toegestuurd door uitgeverij Eva Cossee en het heet:
Geen nacht zonder , het is geschreven door Aleid Truijens (literair criticus bij de Volkskrant).
Het gaat over leven in de doem de rotziekte die de kleuter Tom, zoon van Aleid en Joost, broertje van Puck, op vijfjarige leeftijd kreeg. Leukemie. Van het ene moment op het andere verdween het hele gezin in de tunnel vol kanker, ziekenhuis, dokters, pijn, angst, ongeloof, cliniclowns, hilariteit, tegenslagen en meevallers.
In één klap, met één diagnosezin, veranderde het leven van het gezin en degenen dicht om hen heen, in een helse luchtbel, een wereld waar geen buitenwereld in doordringt.
Het greep me aan omdat in onze naaste familie wij dat ook hebben meegemaakt.
Twaalf jaar geleden kreeg mijn neefje Piet, oudste zoon van mijn enige broer, diezelfde diagnose. Leukemie. Hij was dertien, net een week brugklasser, en werd ineens patient.
Het gezin van mijn broer, vader, moeder, de drie jongens, en op enige afstand, maar in hun kielzog, mijn zoon en ik, tuimelden in hetzelfde ziekenhuis als Tom, met dezelfde dokters, op dezelfde afdeling, in diezelfde tunnel. Verder: zie boven.
Alleen de afloop verschilde.
Piet stierf na twee dappere jaren op vijftienjarige leeftijd.
Tom overleefde de aanslag en is nu dertien, middelbare scholier en sporter en prepuber.
Verschil is ook, dat Aleid Truijens er een prachtig boek over geschreven heeft.
Een boek dat niet alleen herkenning en/of meeleven biedt, maar bovenal een wonder van taal is.
Ze schrijft zo precies, trefzeker, zo helder, poëtisch en geestig, dat ik er jaloers van werd.
Zó zou ik willen schrijven.
In elk geval wil ik zó lezen.
Het is geen groot, maar wel een rijk boek.
De titel Geen nacht zonder slaat op het oude trouwe knuffeltje poefje (verbastering van poesje) dat geen nacht heeft overgeslagen in de barre tijden als bedgenootje van Tom.
Overigens staat op het mooie omslag een KONIJNTJE, wat iets anders is dan een murw geknuffeld, riekend, doorleefd poesje...
Een citaat uit het boek:
Linde met haar grappige hoedjes, Joram de irtuoos op de Nintendo, Ricardo de gore-moppentapper, Kevin de bedplasser zij tuimelden uit de statistiek. Als ze al ergens tegen knokten, dan was het tegen het idee dat zij ineens geen gewone kinderen meer waren. Ze verheugden zich op Sinterklaas, ze maakten mooie kerstkaarten met de knutseljuf; ze leerden over de nieuwe Balkanstaten, het meewerkend voorwerp, over herkauwers en carnivoren, hectoliters en decimeter nuttige kennis. Ze kregen pianoles en een eigen computer. En toen gingen ze dood.
Nog eens: Aleid Truijens schreef het en Eva Cossee gaf het uit.
Dank daarvoor.