| |
Boermans'visi op Karla
Bekvechten
Afgelopen woensdag in Den Haag Vandaag, Nederland 3: mevrouw Karla Peijs, minister van Verkeer en Waterstaat. Het gaat over de Zuiderzeelijn, een nieuwe openbaar vervoersverbinding van de randstad richting Groningen.
En het rapport van de commissie Duivesteijn over de kosten van grote projecten als HSL en Betuwelijn.
Openingstekst van de journalist: Mevrouw Peijs. U zit lang in de politiek. Zegt uw politieke instinct u niet: Met die Zuiderzeelijn, daar krijg ik ellende mee!?
Hij kijkt trots, met toegeknepen ogen en een grijns om de mond.
Het is inderdaad een duivelse opening.
Hij gaat over het politieke instinctvan de ander. Wat dus wordt verondersteld er te zijn.
Vervolgens vult de vragensteller voor de minister in, dat dit instinct haar iets zou zeggen.
Sterker nog, iets zeer negatiefs: daar krijg ik ellende mee.
De persoonsvorm is hier belangrijk: ik. De vraag klinkt uiteindelijk, alsof Peijs een citaat van zichzelf krijgt voorgelegd. En daar nu pijnlijk mee wordt geconfronteerd.
Peijs is duidelijk van slag, nog voor het gesprek begonnen is.
Ze aarzelt, en begint: Nou, dat hoeft niet
ik zit daar heel zakelijk in
het is niet mijn hobby
Ze draait het hoofd af, kijkt naar beneden. Zoekend naar een passende reactie. Ik vraag niet naar een trein, ik vraag naar een snelle verbinding
Aan het eind van iedere zin maakt haar stem een grote haal naar boven. Ze is duidelijk zwaar in de verdediging.
Midden in de start van haar betoog onderbreekt de journalist met luide stem: De vraag is of die snelle verbinding nodig moet zijn!...
Peijs probeert door te praten, ondanks de botte onderbreking: Ja, maar, dat is een ander verhaal
Journalist, nog harder, over de stem van de minister heen: Daarvan zegt de commissie dus eigenlijk: Dat is niet goed onderbouwd. Er is geen studie gedaan naar nut en noodzaak. Moeten we er überhaupt wel aan beginnen!
Peijs is nog meer van slag. Ze probeert nu in te gaan op de onderbreking, en wil gaan uitleggen wat de commissie Duivesteijn wil, want daar vroeg de journalist naar: Dat hangt er van af
kijk
de commissie gaat eerst praten met de kamer
Journalist, met overslaande stem: NEE! Daar gaat het niet om! De procedure, daar gaat het niet om!
Hij beweegt zijn arm met een groot gebaar, om zijn enorme verontwaardiging te onderstrepen.
Peijs probeert verder te gaan met haar reactie op zijn vorige opmerking: Jawel, maar
het gaat meneer Duivesteijn om de procedure, die niet is afgemaakt
Journalist onderbreekt opnieuw: Ik spreek u aan als minister! Weer een groot handgebaar, vlak voor het gezicht van Peijs.
Die mompelt iets onverstaanbaars.
Zo zet het gesprek zich voort. De minister probeert uit te leggen. Die kans krijgt ze niet. Ze probeert te reageren op de botte onderbrekingen van de journalist. Ook die kans krijgt ze niet.
De journalist heeft zich blijkbaar voorgenomen dat de minister haar standpunt niet mag uiteenzetten. Hij hanteert daarbij vele wapens. Op inhoudelijk niveau probeert hij de minister tegen anderen op te stoken: tegen de Kamer. Tegen het regeeraccoord, dus tegen haar collegas in het kabinet. Zelfs tegen haar eigen beleid, door daarin vermeende inconsequenties te signaleren. Daarnaast gebruikt hij verbaal geweld.
Hij spreekt extreem veel en hard, onderbreekt voortdurend. Laat de minister bijna geen zin afmaken.
Er blijkt dus een grens te zijn. Als de journalist zich willens een wetens voorneemt een interview volledig stuk te schreeuwen, dan lukt hem dat. Daar is bijna niet tegen op te roeien.
Advies: Houd ook rekening met deze variant.
Je bent uitgenodigd voor een interview. Je gaat daarbij uit van redelijkheid en goed fatsoen.
Op die basis verwacht je een kritisch interview.
Wat blijkt: de interviewer is helemaal niet redelijk, laat staan fatsoenlijk. Dat gaat dus fout.
De oplossing ligt op twee niveaus.
In de eerste plaats: mentale voorbereiding. Blijkbaar is het in het huidige medialandschap zo, dat een dergelijk persoon dit gedrag ongestraft kan vertonen. Dus moet je op voorhand rekening houden met deze optie: wat nu als ik iemand tegenover me krijg die zich zo gedraagt.
In het gesprek zelf blijkt de stilte vaak een ijzersterk wapen.
Door veel te zwijgen bereik je een aantal effecten.
Er ontstaat een duidelijke scheiding tussen de opmerkingen van de journalist en uw reactie. Waardoor het evidenter wordt dat u zich niet verlaagt tot zijn niveau.
Bovendien: door de veelheid van zijn geroep bepaalt de interviewer het tempo.
Dat is zeer hoog. Daardoor wordt sturen in het gesprek buitengewoon lastig. Door veel stiltes in te lassen zet je de rem er op, je stopt letterlijk de te snelle voortgang.
Ook kun je, door extreem veel te zwijgen, meer tijd creëren om na te denken: Wat moet ik met deze opmerking. Wat wil ik eigenlijk zelf zeggen.
Voor die overwegingen is denktijd nodig.
Dit artikel stond zaterdag 18 december in het Financieele Dagblad.
19 12 04 - 20:50
|