door Anne Boermans.
communicatieanalist.
Afgelopen woensdag, s avonds in NOVA, op Nederland 3: minister van Binnenlandse Zaken Johan Remkes. Hij komt in beeld.
We zien het bovenste deel van zijn lijf, het hoogste knoopje van zijn overhemd is nog net zichtbaar.
Hij heeft het hoofd ver naar voren gebracht, de schouders komen zwaar omhoog.
Hij kijkt zeer boos, zo lijkt het.
Het totale beeld is dat van iemand, die ieder moment wild om zich heen kan gaan meppen, ook al weet hij dat de strijd hopeloos is. Hij lijkt zich met grote moeite in te houden.
We zien hem zo, seconden lang. Zwijgend, regelmatig diep zuchtend.
Tegelijkertijd horen we het venijnige commentaar van de verslaggever: De crisis in Thailand is voorbij.
En nu verschijnt het Nederlandse kabinet in de vorm van een zichtbaar getergde minister van Binnenlandse Zaken en Rampenbestrijding, Johan Remkes, 10 dagen na de ramp.
Pijnlijk is, dat hij al die tijd vlak in de buurt op vakantie was.(
)
De journalist praat door, en vertelt dat Remkes een persconferentie gaf op het vliegveld van Phuket.
Nu zien we de minister binnenkomen in een vertrek, waar wat gemakkelijke stoelen staan, en een comfortabele bank. Remkes heeft een voorlichter bij zich, die naast hem hoort te zitten.
Dus zijgen beide heren neer in de diepe, lage bank.
Dat heeft evidente effecten op de uitstraling van de minister. Hij wil daadkracht neerzetten.
Door bijvoorbeeld met grote stelligheid te formuleren: Een minister, die naar een rampgebied afreist, en daar niks concreets op dat moment kan doen, heeft geen toegevoegde waarde!
En: Als ik zelf ook maar welke indruk had gehad, laat daar geen enkel misverstand over bestaan, dat ofwel in Nederland, ofwel hier, mijn aanwezigheid toegevoegde waarde had kunnen leveren, dan was ik gegaan. Maar die indruk heb ik dus op geen enkel moment gehad!
Hij reageert hiermee op het verwijt, dat er 10 dagen lang van hem geen teken van medeleven is vernomen.
In zijn beoogde stelligheid slaagt Remkes niet. Hij blijft ongeloofwaardig.
Presentatietechnisch zijn er drie oorzaken.
In de eerste plaats: die bank.
In filmtermen wordt het wel de arena genoemd. De locatie waar de scène plaatsvindt.
Wat blijkt: die locatie is net zo belangrijk voor de betekenis van de tekst die wordt uitgesproken, als de tekst zelf.
In deze scène zien we iemand die krachtige taal spreekt, daadkracht wil neerzetten.
Doch hij is gezeten in een luie bank. Dat past niet bij elkaar. Deze combinatie geeft ongeloof bij het publiek, zonder dat we precies weten hoe het komt.
Tweede element: de camera staat op een statief (zo zien we even later), en bevindt zich dus vele centimeters hoger dan het hoofd van de minister. Daardoor lijkt deze schuin omhoog te kijken, en blikken wij letterlijk op hem neer.
Remkes lijkt zodoende zwaar in de verdediging: hij ligt al op de grond, maar voelt zich nog steeds belaagd. Vanuit die positie tuurt hij van de ene journalist naar de andere, wat buitengewoon schichtig overkomt.
Derde oorzaak, eveneens cruciaal: zijn kleding.
Remkes draagt een vlot bedoelde rode broek, met zwarte riem, en een casual, licht, bijna wit overhemd. Ook voor kleding geldt dat de kijker onbewust de relatie zoekt tussen de informatie die de spreker geeft, en dat wat hij aan heeft.
Bij: Ik sta klaar om de hulpverleners een hart onder de riem te steken, hoort een passend kostuum. Bijvoorbeeld een jack, of het soort hes dat het Rampen Identificatie Team draagt.
Kleur: bij voorkeur donkerblauw, of groen. Niet vrolijk rood.
Advies: houd rekening met de effecten van de arena. Als u daadkracht wilt neerzetten, doe dan bij voorkeur de presentatie staande, eventueel aan een verhoogde tafel. Daarmee geeft u de impressie dat u klaar bent er tegenaan te gaan.
Zorg, waar dat kan, dat de camera zich op ooghoogte bevindt. Uw ogen wel te verstaan, niet die van de verslaggever of cameraman. Camera te hoog geeft al gauw de impressie van de underdog. Camera te laag plaatst u ongevraagd op een voetstuk.
Neem kleding serieus. Natuurlijk gaat het vooral om een goed verhaal.
Maar voor de kijker telt ook de buitenkant.
Dat blijkt een gegeven. Je kunt dat negeren, en je volledig op het betoog richten.
Maar je kunt dit gegeven dat de kleding moet passen bij de boodschap, ook prachtig gebruiken.
Waardoor de buitenkant de inhoud van je betoog alleen maar versterkt.
En: wat er ook gebeurt, blijf vriendelijkheid en bereidwilligheid uitstralen.
Boosheid blijkt vaak een zwaktebod.
Anne Boermans publiceert in het Financiëele Dagblad, elke zaterdag, rubriek: VISI