Dit is mijn tante Cor, mevrouw Cor van Starkenburg uit Rijnsburg.
Ze heeft me in de oorlog in haar gezin opgenomen.
Ik was een paar jaar haar vijfde kind. Na de oorlog ging ik weer terug naar mijn eigen ouders, tante Cor en oom Kees kregen nog drie kinderen.
Al die kinderen, en hun kinderen, en diens kinderen (de achterkleinkinderen dus, een ploeg van meer dan 80 in totaal) zitten nu om beurten bezorgd aan haar ziekenhuisbed.
Ze wordt 93 op 30 september, is blind, kan nauwelijks meer lopen.
Ze is, ondanks alle hulp van alle kanten, 's nachts gevallen en mag nu niet meer in haar eigen huisje wonen. Waar ze precies wist waar alles stond, waar ze zich vertrouwd voelde, waar ze tot haar dood had willen blijven. Dat had iedereen gewild. Zij natuurlijk ook.
Maar zo is het niet gegaan.
Ze ligt in het ziekenhuisbed te wachten op een plekje in het verpleeghuis.
En ze is blijmoedig en dankbaar voor alles wat ze nog wel kan en wat ze nog wel heeft.
Ik mag niet klagen Hanneke, zegt ze. Het eten smaakt me nog altijd goed, iedereen is lief voor me en mijn hoofd is nog helder. Dat is veel om God voor te danken.
Maar u bent moe hè, zeg ik.
Ik ben erg moe, zegt ze. Ik zal dankbaar zijn als Onze Vader me in Zijn Hemelse Scharen opneemt, bij Zijn engelen. Maar Hij heeft me nog niet geroepen. Hij bepaalt wanneer Hij me haalt, wij niet.
Wij, aan haar bed zittend, willen alleen maar het beste voor haar.
Alhoewel ze allang een engel is, gunnen we haar een ereplaats in Zijn Hemelse Scharen.
Maar het is zo heerlijk om haar zachte warme wangen nog even te voelen.
Dus Onze Lieve Heer die in de Hemelen zijt, wacht nog even alstublieft!