vandaag herdachten we dat het twaalf jaar geleden was dat Piet stierf.
Piet, mijn neefje, was vijftien en had leukemie.
Elk jaar komen we bij mijn broer en schoonzus bij elkaar. Familie, vrienden, buren, het is altijd een dierbare bijeenkomst. We eten en drinken en wandelen naar de Nieuwe Ooster (= begraafplaats in Amsterdam), waar een kleine kinderbegraafplaats is. Mijn schoonzus zei: op deze dag zijn we niet verdrietiger dan anders, verdrietig zijn we altijd een beetje, maar op deze dag zijn we iets blijer dan anders omdat we met zijn allen bij elkaar zijn en aan Piet denken.
Toen ik naar huis reed kwam ik langs het huis van Theo van Gogh.
Het lijkt wel het kasteel van Doornroosje, bijna overwoekerd door klimop in herfstkleuren. Een dood huis, een stil monument.
Verderop, op weg naar mijn huis: weer een kleine gedenkplaats, nu voor een meisje. Kennelijk doodgereden (vrachtauto? Dode hoek? Fiets?) op de hoek van de Stadhouderskade en het Westeinde. Brandende kaarsjes, foto's van haar, een liefdesverklaring op de stoep geschilderd, bloemen bloemen.
Toen kwam ik langs nog een monument, André Hazes (made in China, foeilelijk), tot aan zijn kuiten in de verse boeketten, op de Albert Cuyp.
En toen was ik thuis.