Zoals jullie misschien wel weten was er drie weken geleden de Nacht van de Vervanging. Een publiciteitsactie waarbij een stel bekende Nederlanders voor één nacht een of een paar uitgeprocedeerde asielzoekers te logeren kregen. Eerst een mooie avond met lekker eten en kennismaken, toen de logeerpartij, toen het gezamenlijke ontbijt, toen alle publiciteit. Met maar één refrein: wij willen een GENERAAL PARDON voor die uitgeprocedeerde asielzoekers , die beroemde 26000, waarvan er nu misschien nog 11000 hier in afwachting van ja of nee blijven zijn.
Die avond hield de schrijfster Manon Uphoff een geweldige toespraak. Treffend onder woorden gebracht waar ik alleen maar onsamenhangend over brabbel.
Ik plaats hem hieronder.
Laat ik maar gelijk bekennen: nee, er gaat vanavond geen asielzoeker mee naar huis. Nee, er blijft geen gezin bij me logeren. Dat komt, ik ben schrijver, en het is boekenweek. Ik sta hier met een wat dubbel gevoel.
Nu alweer zon veertien jaar geleden heb ik mijn man leren kennen, die in 1992 vluchtte uit Joegoslavië. Hij heeft het hele proces van asielzoeker tot Nederlander doorlopen, van wachten op status, de opvang in een ROA-huis, de taal leren, het verkrijgen van paspoort, werk, inkomen.
Gezamenlijk hebben we de veranderingen meegemaakt, ik als getuige, hij als deelnemer.
Hij is gelukkig allang geen asielzoeker meer, en net als ik, dat woord gaan haten. In die jaren hebben we de veranderingen gevolgd, de andere opstelling tav vluchtelingen. Hoe in minder dan tien jaar tijd het woord asielzoeker bijna een scheldwoord is geworden, en staat voor iets vies. Hoe is het mogelijk? Zon welvarend land en zo bang. Zo vooruitstrevend en zoveel hekken en cellen. Ik sta nu hier omdat het moet, omdat ik me niet wil en kan verenigen met de houding en het gedrag van onze overheid tegenover de asielzoekers, die asiel hebben aangevraagd voor de nieuwe vreemdelingenwet van kracht ging, d.i voor 1 april 2001. Onder hen zijn mensen die hier al meer dan tien jaar verblijven. Tien jaar, dat is een enorme hap uit een mensenleven. Ik zou kunnen citeren uit rapporten, wetsvoorstellen en akkoorden, en al die verhalen en geschiedenissen, al die inzet, hoop en machteloze afwachting kunnen vermalen tot er niets dan getallen van overblijft en dat is precies wat onze minister Verdonk doet. Maar laten we duidelijk zijn, de huidige houding en maatregelen zijn niet alleen door Rita Verdonk geïnitieerd. Ze heeft brede steun en wat ze doet wordt door de meerderheid gedragen. Zij draagt een beleid uit waarvoor de kiemen al in het vorig kabinet zijn gelegd.
De vorige keer stond ik ook hier. Karel Glastra van Loon zat toen nog opgewekt en militant aan die tafel daar. Het eten was toen slecht (vanavond is het veel beter), maar de sfeer goed. We zaten allemaal als gelijkwaardigen bij elkaar, met het grote verschil dat degenen die waren uitgenodigd om te spreken, of zich hadden opgeworpen als gastheer of vrouw voor 1 nacht, dit gebaar zonder al te grote inspanning konden maken. Er waren er die sinds die tijd contact hebben onderhouden.
Wachten duurt lang. Ik word al nijdig als ik tien minuten op een trein moet wachten, een half uurtje op mijn eten. Veel van deze vluchtelingen zonder verblijfsvergunning zijn meesters geworden in het wachten, maar de prijs die ze moeten betalen voor dat wanhopige geduld is veel te hoog. Ik ga hier niet goochelen met getallen, maar ik heb de rapporten gelezen, zou hier het politieke, wetenschappelijk, economische, sociologische verhaal kunnen houden, maar het komt toch op het volgende neer: ik snap het niet.
Waarom is een in Nederland gevormd gezin geen echt gezin, bijvoorbeeld dat waarin een oudste broer voor zijn jongere broertje en zusje zorgt? Waarom is dat niet gezin genoeg? Waarom is dat generale pardon er nog niet gekomen. We zouden er als land meer bij gewonnen, dan verloren hebben. Waarom is Verdonk niet bereid het begrip schrijnend geval te motiveren en te verduidelijken, zodat er minder willekeur is?
Wat heb ik de afgelopen jaren gemist, ingeleverd, verloren? Wat heb ik minder gehad omat deze mensen hier in Nederland op het besluit over hun aanvraag bleven wachten? Heb ik me door hen onveiliger gevoeld, armer, banger, bedreigd? Heb ik minder goed gegeten, gedronken? Ben ik niet vaak op reis geweest, zelfs naar de mooiste plekjes van de landen waar zij niet meer veilig zijn of lange tijd niet veilig waren? Omdat ik dat nu eenmaal kan en doodgewoon vind. We reizen de hele wereld over en zijn overal te vinden. Geen Nederlander die zich op een plek laat tegenhouden.
Ik kan iedereen verzekeren dat in het buitenland de Nederlandse boodschap inmiddels echt wel is overgekomen, er is geen vluchteling meer die niet op de hoogte is van het strengere beleid. We kunnen gerust zijn. De horden liggen niet voor de deur. Bovendien, de emigratiegolf van Nederlanders zelf, naar ander landen, is nog nooit zo hoog geweest. En er is niemand die ons tegenhoudt.
Waarom dan zo verkrampt over de mensen die hier allang horen? Die vaak de taal al spreken, hier naar school gaan, werken of een opleiding volgen, die kinderen hebben die op deze grond geboren zijn?
Ik heb bewondering en respect voor de moed van mensen om weg te gaan als hun wereld onleefbaar is. Ik zou hetzelfde doen. Ik heb geen bewondering en respect voor de huidige vrees om genereus te zijn, voor de benepenheid en zuinige menselijkheid, deze kruideniersmentaliteit als het gaat om mensenlevens. Dit kille wegen van het menselijk handelen in nood is een van de ergste verschijnselen van de humane, democratische en vrije samenleving waar ik deel van uitmaak. Ik heb nooit gedacht dat ik me hier zelf niet meer thuis zou voelen, maar dat is wel wat er gebeurt.
Er is geen enkele samenleving zonder strijd en pijn, zonder tegenstellingen en botsingen. Die volledig en radicaal willen uitbannen, de betrokkenheid verliezen, woede, teleurstelling of ergernis niet meer willen ervaren omdat je je hebt vastgebeten in een glad ideaal van een land, een wereld waarin het altijd goed toeven is, dat is uiteindelijk het ware drama, waarin we onze concrete menselijkheid verliezen.
We zijn allemaal acteurs in het multiculturele drama dat de wereld heet.
Een paar jaar geleden vroeg ik onze minister-president Balkenende of hij vond dat het strafbaar was als ik een vluchteling onderdak zou bieden tijdens een - ik maakte het een beetje erger - ijskoude vriesnacht.
Hij aarzelde. Bang om ja te zeggen. Bang om nee te zeggen.
Die aarzeling heb ik onthouden.
Maar als we niet streng zijn, niet terugsturen, niet uit en te na controleren komen er ook misdadigers, querelanten, bedriegers onze samenleving binnen.
Ja, wat had je dan gedacht. We zijn een land in een grotemensenwereld. Geen zuiveringsinstallatie!
Natuurlijk mag en moet er kritisch gekeken worden naar wat mensen hier brengt.
Maar dat gebeurde al, en dat gebeurt nog steeds, en ik sta en spreek hier voor gelijkgestemden.
foto Manon: Steye Raviez