Mijn tijden zijn in Uwe hand (ps. 31)
Nou had ik nog zo beloofd om drie weken weg te blijven, zit ik na een week alweer achter mijn computer!
Dat komt, mijn lieve tante Cor, mijn onderduikmoeder, is vorige week, 25 mei 2006, overleden.
Aangezien mijn liefde voor haar diep en groot en peilloos is, was er natuurlijk geen sprake van doorgaan met in Portugal op een strand zitten, maar ben ik een paar dagen teruggekomen om haar de laatste eer te bewijzen.
Naar haar Eeuwig huis gegaan, onze dierbare moeder, groot- en overgrootmoeder CORNELIA VAN STARKENBURG-STAR, weduwe van Cornelis Hendrik van Starkenburg.
Tante Cor en Oom Kees. Mijn eerste ouders in mijn herinnering. Later, toen ik zes was, de oorlog voorbij, kwamen daar mijn tweede ouders bij, die natuurlijk mijn eerste ouders bleken te zijn. Tja. Eeuwige strijd in mijn kindergevoel tussen 'moeder' tante Cor en 'moeder' mama Groenteman. Heeft lang geduurd hoor, dat dilemma.
Boven de rouwkaart staat : 'Mijn tijden zijn in Uwe hand.'
En zo was het ook voor haar.
Ze verlangde er hevig naar door haar Hemelse Vader geroepen te worden teneinde in Zijn Engelenscharen te worden opgenomen. Ze was 93 jaar ("en acht maanden daarbij, denk je dat eens in Hanneke, dat is héél oud"), blind, immobiel en zó moe.
Haar zeven kinderen, schoonkinderen, klein- en achterkleinkinderen gunnen haar natuurlijk de verlossing uit haar lijden, maar ze zullen haar allemaal verschrikkelijk missen.
Zij was het stralende middelpunt van het mooie gereformeerde gezin in Rijnsburg, waar ik een paar jaar ondergedoken mocht zijn.
Ik ook, maar zij maakte van hun levens een veel groter deel uit dan van het mijne, al was het maar omdat ze allemaal, altijd, zonder mankeren en met liefde bij haar kwamen.
Toen ze nog gezond was, toen ze blind werd, toen ze hulpbehoevend werd, toen ze moe werd.
Ik was meer de versiering op de taart.
Ik kwam regelmatig, maar toch niet zo vaak als ik vond dat ik had moeten gaan.
Het zou voor mijn gevoel trouwens nooit genoeg geweest zijn.
Maar altijd was tante Cor blij als ik er was.
En mijn gevoel voor haar hoort in de categorie liefde voor kind en kleinkinderen.
Die er niet geweest zouden zijn als tante Cor en oom Kees mij niet hadden durven redden daar in dat kleine bloemendorp Rijnsburg.
Zij ruste in vrede.