Uit woede (zie vorige post) was ik door mijn rug gegaan (niet helemaal waar, maar niet alles wat ik hier schrijft hoeft helemaal waar te zijn, toch?) en moest ik me melden bij mijn onvolprezen ruggenrechtzetdokteres M. van Delft.
De aangenaamste plek in haar 'martelpraktijk' is de wachtkamer, waar een keur aan bladen ligt. Zo trof ik er een niet al te oude Elsevier met een column van de presentatie-automaat Mart Smeets ("ik ben ook maar een gewone boerenlul die per ongeluk voor een camera staat...")
Nou kijk ik altijd mijn ogen uit naar de groteske gigakleding van gigaMart.
Enorme Noorse truien (wel erg geestig) of, zoals gisteren, een oogverblindende krijtstreep met een pochet als een vlag uit zijn borstzak.
Hij bekritiseert in zijn Elsevier-column genadeloos de (stijlloze) kleding van de Nederlandse man.
"(..)
de gemiddelde Nederlandse man ziet er nog minder goed gekleed uit dan de assistent-trainer van een middenmoter in de eredivisie voetbal, en dat zegt alles."
Vooral televisiemensen (zeg: mannen) moeten het ontgelden.
"(..)we hoeven geen modepoppen te zijn, maar een beetje stijl, een beetje persoonlijkheid, een beetje gevoel van wat kan en wat niet, dat is toch niet te veel gevraagd?"
En hij eindigt, radeloos in zijn pochet bijtend:
"(...) een streepje meer, een beetje meer gevoel, een zuchtje meer charme in de kleren, dat zou toch mogen."
(tekening Siegfried Woldhek)