| |
Spookhulp
Af en toe werk ik mee aan een programma voor de Wereldomroep, Hollands Diep geheten.
Ik mag daar dan een column doen en meepraten, twee uur lang, met altijd interessante gasten. Sommigen BN, anderen interessant.
Morgenochtend doe ik de volgende column.
Het zal tevens de laatste zijn, want het programma houdt op. Niet bijzonder genoeg, er wordt nooit op gereageerd en de medewerkers zoeken nieuwe uitdagingen. Kan en mag allemaal. Voor mij jammer, want het is daar erg gezellig op zaterdagochtend (heerlijke krouassantjes) en niemand die ik ken luistert er naar, ook geruststellen.
Ik post mijn column van zaterdag 8 juli, mijn zwanencolumn.
Wist u wat dat was, spookhulp?
Ik eigenlijk niet.
Tot ik een stukje las in de krant, eergisteren.
Spookhulp is een begrip in de ontwikkelingshulp. Het is ontwikkelingsgeld dat nooit komt bij de mensen voor wie het bedoeld is, namelijk de armen van deze wereld.
Ik schrok van de getallen die erbij genoemd werden. Maar ik ben een beetje huiverig om ze te noemen, want dit is een gevaarlijk onderwerp.
Voor je het weet word je in een kamp getrokken waar je van zijn lang-zal-ze-leven niet wilt worden aangetroffen.
Het kamp van de anti-ontwikkelingshulpers, van de laat ze dr eigen boontjes doppen, van de laten we meer geld in onze verzorgingshuizen stoppen in plaats van in die bodemloze put van de arme landen. Enzovoorts enzoverder.
Dit is een gevaarlijk onderwerp, maar ik wil het er toch even over hebben.
Wat las ik?
Bijna de helft van de 79 miljard dollar die rijke landen jaarlijks aan ontwikkelingshulp geven komt niet bij armen terecht. Een groot deel gaat naar dure westerse consultants en naar schoolgeld voor hun kinderen.
Dat blijkt uit een rapport van de Britse ontwikkelingsorganisatie ActionAid.
Jaarlijks, zo is berekend, ontvangen westerse aedviseurs 20 miljard dollar terwijl het effect van hun werk nul is. Goed betaald dus. Heel wat beter dan de mensen voor wie ze werken.
Voorbeeld: een consultant in Cambodja verdiende gemiddeld 17000 dollar per maand, tegenover een gemiddelde ambtenaar 40.
Van bijvoorbeeld iedere Portugese dollar ontwikkelingsgeld komt 82 cent niet terecht bij armen, maar spookt in de zakken van de consultants en hun families.
Van iedere Nederlandse euro is dat 32 cent.
Komt nog bij dat het wemelt van de consultants wie weet luisteren er wel een paar, nu en dat het effect van hun inspanningen niet kan worden aangetoond.
Critici zeggen dat deze vorm van ontwikkelingshulp de afhankelijkheid van arme landen ten opzichte van het rijke wisten alleen maar versterkt.
Toen las ik ook nog dat de Tsunamigelden voor een flink deel op banken blijven staan, of alleen aankomen bij projecten die lekker liggen in de media, maar dat er nog heel wat slachtoffers nooit bereikt zijn.
En toen moest ik denken aan de ontwikkelingshulp die ik van nabij ken.
De familie waar ik in de oorlog ondergedoken was, in het Zuidhollandse Rijnsburg, is zeer gereformeerd.
En na de armoede van vroeger zijn ze door keihard werken welvarend geworden in de bloementeelt.
En zoals ze in de oorlog van hun armoe mij eten en onderdak en veiligheid boden (waar eten is voor vijf, is ook eten voor zes zei mijn tante Cor altijd), doen ze dat nu nog steeds, maar dan anders.
Hun handel is bloemen verhandelen in Duitsland.
Zo kwamen ze in aanraking met barre armoede in Oost-Europa, Polen en de Oekraïne.
En toen zijn ze met een paar vrienden, vanuit de gereformeerde kerk, hulpacties gaan organiseren voor de nood die op hun pad kwam. Medicijnen, hulpgoederen, kleding, meubels, knuffels, bouwmaterialen, alles waar schreeuwende behoefte aan was. Ze reden met hun grote bloemenvrachtwagens een paar keer per jaar in hun vrij gemaakte tijd naar onherbergzame oorden, moesten dagen wachten aan grenzen, om hun druppels op gloeiende platen daar te gooien.
Ze adopteerden een vervallen boerderij in de Oekraïne, en maakten een plan om daar een bloeiend bedrijf van te maken. De boerderij werd herbouwd, machines werden aangeschaft, waterleidingen aangelegd en alles werd gedaan wat nodig was. Door de Oekraïners zelf. Er moesten een school gebouwd worden, en een ziekenhuis, de wegen in het dorp moesten hersteld... enfin, teveel om op te noemen.
En wij in het verre Holland konden, opgejut door hun Stichting Michiel de Ruyter, koeien adopteren, die dan vervolgens onze naam kregen. Of bomen. Of een stuk van de boerderij. Langzaamaan bood het bedrijf werkgelegenheid aan het hele dorp. De school kwam er, en het ziekenhuis. En riolering in het dorp, en verharde wegen. En regelmatig toog de bloemenkaravaan naar de Oekraïne om de nodige hulp te bieden. Om de voorwaarden tot vooruitgang te scheppen zonder er zelf een cent wijzer van te worden of de dorpelingen afhankelijk te maken van de hulp. Ze moeten zichzelf kunnen bedruipen is het motto.
Ontwikkelingsgelden blijken vaak niet op de bestemde plaatsen te komen, maar in de Oekraïne lopen koeien die Cor, Kees, Aryanne, Dingeman, Wim, Marianne, Corrie, Betty of Hanneke heten. En mensen die die koeien melken. En geen consultants.
Kijk, dat is nou nog es helemaal geen spookhulp.
08 07 06 - 00:54
|