Sinds zaterdag 8 januari is de Cornelis Schuytstraat in Amsterdam zijn laatste 'normale' winkel kwijt.
Geen groot nieuws misschien, maar wel voor iedereen die hecht aan kwaliteit en dus behoefte heeft aan goede winkels met betrouwbare waar tegen normale prijzen.
Zo'n winkel was de groentewinkel Doodeman, de laatste in zijn soort in de buurt, en die is dicht, want John Doodeman heeft op zijn 43ste al een versleten rug en hij en zijn vrouw willen nog een paar jaar genieten van elkaar en hun opgroeiende kinderen. En geloof mij: een winkel hebben als die van Doodeman (en dat geldt voor veel middenstanders) is beulen, als je het goed doet. En dat deed John.
De Cornelis Schuytstraat is, voor wie niet bekend is in Amsterdam, een soort P.C. Hooftstraat, maar dan in overtreffende trap van erg. Ik heb jaren in de (Vondelpark-)buurt gewoond en de Schuytstraat was mijn heerlijke, gezellige winkelstraat. Ik ben er nu tien jaar weg en - er is geen oorzakelijk verband - de buurt, de duurste van Amsterdam, is afgezakt naar een mengelmoes van patjepeeërs, kantoren en leuke mensen die er heerlijk wonen en niet weg willen, maar zich steeds ongemakkelijker gaan voelen, vooral door de winkelstand. Want wie heeft er nou dagelijks peperdure kleren, onbetaalbare bloemen of exorbitant-exquise levensmiddelen nodig? Voor gewone winkeliers zijn de huren niet meer op te brengen, of die krijgen zulke gigabedragen als ze hun zaak verkopen, dat de verleiding te groot is.
John Doodeman was een supergroenteman. Gewone lekkere spullen (groenten, fruit, kant- en klaar eten, stoofpeertjes, appelmoes en salades e.v.a.) tegen normale prijzen. Het was een prachtwinkel, door de ouders van John begonnen, door John, zijn vrouw Karin en verschillende goede medewerkers voortgezet. Je kwam er altijd kennissen tegen, iedereen was vriendelijk tegen elkaar en bij het afrekenen kreeg je geen hartverzakking van schrik, zoals bij andere etenswinkels in de straat.
John is ermee opgehouden.
(John geflankeerd door zijn medewerkers)
De buurt heeft zondag op riante en overweldigende wijze afscheid genomen. Honderden klanten trokken voorbij, er was een partytent voor de deur, er waren zitjes met kussens in de rekken waar eerst de aardappelen en de sinaasappelen lagen. De Cornelis Schuyt was voor één middag de vroegere dorpsstraat vol warmte. Er was trouwens ook verdriet bij alle begrip, er hadden de laatste maanden zelfs tranen gevloeid bij het bekend worden van het nieuws, want iedereen voelt het verdwijnen van Doodeman als een teken aan de wand. De straat, de buurt is nu definitief beroofd van een klassieke winkel met normale menselijke warmte zonder welke eigenlijk een buurt geen echte buurt is.
Ik was zelf al tien jaar weg uit de buurt, maar kwam nog regelmatig bij Doodeman. Gewoon, om de goede spullen, om even bij te praten over Ajax, foto's van de kleinkinderen te laten zien en kennissen te treffen uit mijn oude buurt.
Wat ik nooit heb begrepen dat er geen bestemmingsplannen zijn voor winkelstraten, waardoor de vitale functies (bakker, slager, groenteman, melkboer) altijd tegen normale prijzen behouden moeten blijven.
Maar ja, de deelraad was in VVD-handen, dus de survival of the fittest-doctrine gold: de doctrine van het grootste geld wint.