| |
Pijn slijten (zonder Ollie 3)
door Han Nefkens
Het leven is als een Sinterklaas met Alzheimer die in absolute willekeur hen die goed zijn soms zoet geeft maar ook af en toe met de roe laat bewerken door zijn weinig geëmancipeerde knecht terwijl hij anderen die uit de suikerpot hebben gesnoept verwent met pepernoten en borstplaat. Van deze onredelijke luimen zijn wij afhankelijk; die kwetsbaarheid is onverdraaglijk en daarom bedenken wij allerlei rituelen om Sinterklaas met zijn scheve mijter te bezweren. Ik loop daarin voorop; er schuilt voor mij een bijna magische kracht in gewoontes. Als kind kon ik niet slapen wanneer ik niet eerst mijn Weesgegroetje had gebeden en er niet drie wybertjes en een glaasje water op een stoeltje naast mijn bed stonden. Nu kom ik niet in slaap als ik niet mijn vochtinbrengende crèmes heb ingesmeerd, wat druppeltjes Valeriaan in dat zelfde glaasje water heb gedaan en niet minstens een bladzijde heb gelezen. Niets van deze rituelen heeft praktisch effect, iedere week ontdek ik wel een nieuwe rimpel, ook met een fikse scheut Valeriaan wordt ik om vijf uur s ochtends wakker en wat ik heb gelezen ben ik de volgende dag gegarandeerd vergeten. Maar in Weesgegroetjes geloof ik niet meer en een mens heeft toch iets nodig om zich aan vast te houden.
Daarom raakt de dood van Ollie me dubbel; niet alleen missen we onze trouwe huisgenoot maar mijn hele rituelenrepertoire is door elkaar gegooid juist op een moment dat ik het meer dan ooit nodig heb. Vooral s avonds om zeven uur is een kritiek moment. Binnenzitten voelt tegennatuurlijk, ik ben nu al negen en een half jaar zo geprogrammeerd dat ik om deze tijd naar buiten ga. Maar op straat zijn doet fysiek pijn, mijn hoofd bonkt, mijn maag brandt en mijn benen voelen zwaar aan, het is alsof er loden gewichten aan hangen.
Ik weet, hoe vaker ik dit stukje wandel hoe minder erg het wordt. Ik heb vorige week weinig groene thee en maar een klein zakje müsli gekocht om mezelf te dwingen de deur uit te gaan en onze vaste route lopend weerstand tegen de pijn op te bouwen.
Onderweg kom ik dezelfde mensen tegen als altijd, de dame met haar jas vol vlekken en haar even smoezelige poedels, het meisje dat door haar herdershond vooruit wordt getrokken, de mevrouw in duster met haar schoothondje, de nicht op leeftijd met zijn opgewonden keffertje. Zij doen alsof er niets aan de hand is, ik denk aan de roe en borstplaat op de verkeerde plekken en de demente oude man die allang niet meer geschikt is voor zijn baan maar die niemand er nog uit heeft weten te wippen.
Ik zet er stevig de pas in, hoe harder ik loop, hoe sneller de pijn slijt. Nog twaalf paar schoenen, 483 pakken müsli en achttien kilo groene thee en dan is een oud ritueel vervangen door een nieuwe gewoonte.
04 05 07 - 15:05
|