Ik hoorde bij de eerste klaar-over-brigadiertjes in Amsterdam. Hulpverkeersagentjes die nog kleinere kinderen door het verkeer (verkeer? het was 1949!!!) moesten loodsen.
Mijn traject liep van Jamin naar de overkant van de Churchillaan, ik schat een meter of 5. Eenrichtingsverkeer en verkeer was er dus nauwelijks. Maar toch, een hele verantwoordelijkheid. En dat voelde ik aan den lijve. We kregen een zware witte koppelriem met een nikkelen ring eraan waardoorheen een enorm spiegelei gestoken kon worden (zie foto). Links of rechts kijken en als de kust volkomen veilig was KLAAR.... OVER!! roepen.
Ik was zo verguld met deze taak, dat ik het uniform op de dagen dat ik dienst had ook thuis aanhield, na school, boodschappen doen in de Scheldestraat, aan tafel, op verjaardagsvisite, ik deed het pas af als ik naar bed moest. First thing in de ochtend: koppel met spiegelei aangorden.
Mijn dienstverband met de Leiding van de Klaar Overs werd binnen het schooljaar bruusk beƫindigd omdat ik bij de oversteek mijn spiegelei had laten vasthouden door een kleuter, eventjes maar, om het kind een beetje het fel begeerde Klaar Over-gevoel te geven. Ik liep er natuurlijk zelf naast, maar ben toen verraden door een moeder die het niet verantwoord vond dat ik op deze manier kinderen door het "gevaarlijke" verkeer loodste.
Het hoort tot de pijnlijkste momenten van mijn leven: het in het openbaar moeten inleveren van het koppel-met-spiegelei.
In de reactie van mijn woedende vader kwam het woord NSB voor, maar ik snapte niet wat hij daarmee bedoelde.