Laatst berichtte ik over de film van Hedda van Gennep: DE STAAT VAN ONTKENNING, waar ik van onder de indruk was.
Vooral van de pijnlijke boodschap: "we" (= de politiek) willen onwelgevallige feiten niet 'zien' als de consequenties ervan ons in het vlees snijden of niet uitkomen. Voorbeelden: de uitroeiing van de joden, de politionele acties in Indonesië, de massamoord in Srebrenica en de oorlog in Irak.
Er is inmiddels heel veel gezegd en geschreven over deze documentaire, vooral omdat hij niet wordt uitgezonden door de Joodse omroep die hem wel gefinancierd heeft. Te controversieel voor deze omroep, die er niet zegt te zijn om te confronteren of te informeren, maar om.... ja, om wat eigenlijk.
Hierdoor heeft de film wel veel meer publiciteit gekregen dan wanneer de Joodse Omroep hem gewoon op een achternamiddag had uitgezonden, maar een week in het Ketelhuis, en vertoning op het Nederlandse Filmfestival, dat is toch niet waar je als televisiemaker een documentaire voor maakt.
Ik las vrijdag 5 september een column van Raymond van den Boogaard in NRC/Handelsblad en een dag later, zaterdag 6 september, een column in diezelfde krant van Bas Heijne. Opvallend: de twee meningen stonden lijnrecht tegenover elkaar.
Waar Van den Boogaard de film demagogisch en warrig vond, vond Bas Heijne hem belangwekkend en pijnlijk.
VdBoogaard vond het helemaal niks en noemde van Gennep zelfs een epigoon van Geert Wilders!
Ik vind het goed als in één krant meningen zo radicaal verschillen, dat bewijst dat NRC een vrije krant in een vrij land is, waarin ook onzinnige meningen een plaats hebben.
Twee piepkleine fragmenten uit beide colums:
en een stukje uit de column van Heijne:
Het liefst postte ik beide columns integraal, opdat jullie zelf kunnen oordelen.
Zoals altijd was de column van Bas Heijne slim en doordacht en heeft hij de documentaire (en de ophef) aangewend voor een behartenswaardig stuk.