|
‘Wat moet je antwoorden als iemand vraagt hoe het met je gaat? Wat moet je antwoorden als je geliefde zes maanden geleden dood ging, een eeuwigheid geleden, en het toch lijkt alsof het gisteren gebeurde?
De waarheid is dat je, afgezien van een paar mindere klachten als droog haar, drankzucht en een lichte flatulentie, last hebt van een olifant op je borst, drijfzand onder je voeten en de neiging om het uit te schreeuwen in de supermarkt.
Op deze waarheid zit niemand te wachten.
Iedereen hoopt zo hard dat het beter gaat, niet alleen voor mij maar ook voor zichzelf, want een opwaartse lijn in het leven maakt het sociale verkeer zo veel makkelijker. En om het te boven komen te bespoedigen, komen mensen met bemoediging en geschenken, een bos bloemen, een zelfgehaakte sjaal.
Het helpt om te weten dat er vrienden zijn die het goed met je voor hebben, zeker helpt dat, maar ze kunnen het niet goedmaken. Niemand kan je geven wat je wilt. Wat je wilt, is die vertrouwde stem die zegt: ‘Alles komt goed. Ik ben zo weer terug.’
Rouwenden zijn rusteloos, want naar die stem zijn ze steeds op zoek. Als een hond die naar zijn baas zoekt, lopen ze van kamer naar kamer, snuffelend aan objecten die nog naar de afwezige ruiken. Soms kijk ik naar een filmpje op de site van AT5 waarin Adriaan spaghetti vongole bakt met Bianca Tan, en ik denk: ‘Zie je wel, hij is er nog, hij loopt en hij praat en hij kookt in onze keuken. Ik heb het allemaal maar gedroomd.’
Adriaan was een gulle man met schoenmaat 47 en een bulderende lach. Hij was me lief, hij was mijn man, en hij is dood.
Het duurde een tijd voordat dit tot me doordrong.
Als ik de eerste maanden door de Hema liep en grote sokken zag, gooide ik ze automatisch in mijn mandje, tot bij de kassa het besef doordrong dat de voeten waarvoor ik ze wil kopen, er niet meer zijn.
Natuurlijk wist ik dat hij gestorven was, ik was er zelf bij toen het gebeurde en ook later, toen ze hem in blauw fluweel verpakten en hem ophaalden met een lijkwagen die plaats bood aan nog drie passagiers, maar meteen daarna sloten zich hekjes in mijn hoofd. Die hekjes maken het mogelijk te blijven functioneren.
Je kunt doorgaan met noodzakelijke dingen als kinderen opvangen, de telefoonrekening betalen of tomatensoep kopen. Het is dus uitermate onhandig als je bij de rekken tomatensoep een bekende tegenkomt die nog eens flink over de droeve stand van zaken uitweidt, en dan verbaasd opkijkt dat je niet ter plekke in snikken uitbarst.
Je kunt niet in snikken uitbarsten.
Het lijkt een beetje op bevangen worden door koude. Ongemerkt wordt de ene na de andere lichaamsfunctie uitgeschakeld zodat je brein zo lang mogelijk intact blijft. Als Tom of Jerry een rotsblok op hun hoofd krijgen, lopen ze ook nog even door voordat ze omvallen.
Pas na een tijdje gaan de hekjes geleidelijk weer open en keert het gevoel terug. Dit is het geestelijk equivalent van tintelende vingertoppen als je binnenkomt na een wandeling zonder handschoenen in de vrieskou.
Het verdriet komt in golven. Als het komt, lukt het niet om te praten. Dan is het onmogelijk om met iemand te spreken, of zelfs de telefoon op te nemen.
Verdriet is een verborgen plaats. Niemand kan daar bij je komen. Je zit in je cocon van verdriet, driehonderd vadem diep en wachtend op je destructie als op je destructie als een matroos in Das Boot.
Als je weduwe bent, denken de meeste mensen dat je een ideaal huwelijk had en deugdzaam zal voortleven in gepaste deemoed.
Op feestdagen mag je je een beetje bedrinken om tegemoet bedrinken om tegemoet te komen aan een ander clichébeeld: de vrolijke weduwe. Anderen vrezen juist dat de stress van het verdriet en de afwezigheid van je man leiden tot niet zo zeer vrolijk als wel bloedgeil weduwschap. Weduwen zijn gevaarlijk.
Rücksichtslos. Ze deinzen er niet voor terug om de partners van hun beste vriendinnen in te palmen.
Ik werd hiermee geconfronteerd toen ik naar een feest ging, zwaar gedecolleteerd, zoals Adriaan leuk vond. Maar nu, zonder escorte, werd de hoeveelheid geëxposeerde borst geïnterpreteerd als uitnodiging. Opgetogen mannen meenden met hun neus in de boter te vallen.
Als er een grote, bezitterig kijkende man aan je arm hangt is het veilig om er sexy uit te zien. Als je alleen staat, maakt het je kwetsbaar.
Ik ben die avond heel vaak naar de wc gegaan.
Je rouwt om wie je lief was, maar ook om wie je zelf was. Dochter van, geliefde van, vrouw van, al je toekomstillusies nog intact.
Dikwijls zeggen mensen: ‘Je bent zo sterk!’
Dan denk ik altijd: hoe kunnen ze dat in godsnaam weten? Ik voel me niet sterk, lopend op dun ijs. Of verwachten ze dat je wat vaker zit te zwelgen? Dat je je in (zelf)medelijden laat verdrinken?
Is dat niet gevaarlijk? Sommige dieren proberen hun zwakte te verbergen, omdat ze anders door hun soortgenoten worden afgemaakt.
Olifanten rouwen openlijk door met hun poot de schedel van de dode om te rollen.
Wat is normaal?
Ik doe zo veel mogelijk de dingen die ik voorheen ook deed. Niet alles lukt. De emotionele klap tast het vermogen om systematisch na te denken aan. Ook je gevoel voor verhoudingen is ver te zoeken. In plaats van rekening te houden met wie je voor je hebt, flap je alles er bij iedereen uit. Ik heb een doodonschuldige tandartsassistente aan het huilen gebracht, omdat ze me waagde te bellen over een betalingsachterstand.
Er zijn minstens twee moeders in de klas van mijn oudste kind die me niet meer willen aankijken vanwege mijn ongeremde conversatie.
Small talk blijft lastig. Ook de inspanning van organiseren, oppas regelen en werken, is soms te groot. Afgelopen zomer ben ik met mijn kinderen op weg naar Bakkum viermaal tot ver voorbij het station in de trein blijven zitten.
Hoewel alles uiterlijk hetzelfde lijkt, voelt alles anders. Soms voelt het leeg, soms voelt het vrij, soms voelt het als een vrije val. Soms droom ik dat er een plaatsvervanger komt om me te vangen. Onlangs kwam Boris Becker voorgereden in een zwarte bolide, toegewijd en van top tot teen gevuld met vaderschapskwaliteiten, om mij en de kinderen te redden.
Maar ik moet het voortaan stellen zonder de ene die onvoorwaardelijk van me hield. Die zo opgetogen voor de deur kon staan met een fles champagne in beide zakken van zijn lange winterjas. Die voor me uit stelen zou gaan, als het moest. De laatste mail die hij stuurde voordat hij te ziek werd om de trap naar zijn kamer af te dalen, was een link naar een nummer van Bill Evans op YouTube getiteld: ‘What are you doing with the rest of your life?’
Tsja, wat?’
Adriaan Jaeggi, schrijver en columnist bij de Volkskrant en Het Parool overleed in juni 2008 op 45-jarige leeftijd.
Reageren
Wilt u reageren op dit artikel? Stuur een e-mail naar hartenziel@Volkskrant.nl
|