Op één van de onvolprezen digitgale themakanalen (Spirit) werd een programma herhaald uit 1996: Het LEVENSLIED, een twee-gesprek tussen Carry Tefsen (nu gloriërend als Opoe in Het Vrije Schaep) en Pim Fortuyn. Misschien was het geen opzienbarend gesprek, maar ineens, onverhoeds, Pim Fortuyn weer zien, heel levend, heel beschouwelijk, heel innemend en heel sexy, was wel opzienbarend.
Ze hadden het over inspiratie, over de opdracht in het leven ("ik zie het als mijn opdracht LERAAR te zijn," zei Pim Fortuyn), over de dood. Pim Fortuyn had een jonge vriend aan aids verloren. Het viel hem op hoe mooi en rustig en ontspannen zijn vriend was, eenmaal overleden. En hoe hij zich daar zelf ook wel op kon verheugen, dat de dood ontspant, mooi maakt, dat al het lijden dan van je afvalt.
En dat juist hij dat zo blijmoedig zei, ontroerde me. En deed me voelen hoe ik zijn aanwezigheid mis.