Misschien is het jullie opgevallen, maar hoe guurder het klimaat buiten wordt, hoe meer behoefte ik heb aan kunst. Alle vormen, alle soorten, alle maten. Van de Matinee op zaterdagmiddag tot en met Ciske de Rat, van Garnalenverhalen en Spinoza tot en met poëzie. Alles helpt om me te wapenen tegen nachtmerries over Wakker Nederland.
Een gedicht van Judith Herzberg (uit haar prachtige nieuwste bundel Het vrolijkt, uitg. De Harmonie) geeft vorm aan mijn ongerichte gevoelens hierover:
ALLES WAT DENKBAAR IS
Alles wat denkbaar is fladdert en flitst.
Geen la om het in op te slaan
laat staan sorteren. Wij zoeken
toevlucht in wat al is gevangen,
gedresseerd: boek, film, toneel,
elk getemd deel van fladderend
flitsgeheel.
En omdat ik zo enthousiast ben over deze dichtbundel, nog één. Het is onmogelijk een 'favoriet' gedicht uit te kiezen, ze vechten alle 48 om deze eretitel. Dit gedicht is voor iedereen die vandaag is verhuisd.
MEN VERHUIST
Men grabbelt naar de sleutel in de tas.
Men weet dat deze ene precies past.
Men doet de voordeur open, mens hand
vond al de lichtknop op de tast.
Het licht gaat aan. Men vult
de ketel. Precies zoals altijd
zo denkt men zou men denken als
dit de laatste keer niet was.
en tot slot: