Amok. Ik heb het altijd een leuk woord gevonden, maar misschien is het minder gezellig dan ik dacht. Ik had bij amok associaties met onder andere: rommeltje maken, kattenkwaad uithalen, relletje schoppen.
Maar de Duitse jongen die vijftien mensen op zijn school heeft doodgeschoten, maakte ook Amok, staat in alle Duitse kranten. Het woord blijkt uit het Maleis te komen en betekent: met een zwaard iedereen om je heen doodmaken. Of met een van je vader geleend pistool, zoals in dit geval.
Dat wist ik niet.
Even afgezien van de etymologische vraagstukken die Tim K. opwerpt met zijn moorden, kwam de afgelopen dagen natuurlijk de aloude vraag op tafel: komt het allemaal door de duivelse computerspelletjes?
Het probleem is: dat zal nooit iemand zeker weten. Bijna alle mannen die ik ken, hebben hun jeugd (en een fiks deel van hun volwassen leven) besteed aan het opblazen van vijanden op een computerscherm, en toch maken zij nooit amok. Sterker nog, het zijn vredelievende goeierds die bang zijn voor muizen en wespen.
Ik ben niet voor computerspelletjes, omdat mensen er pastakleurige amoebes van worden. Maar
ze de schuld geven van tienermoorden is te makkelijk.
Er is een veel eenvoudiger verklaring, denk ik, voor het feit dat eens in de twee jaar een puber een veelvoudige moord begaat. En die verklaring is: hij is een puber.
Toen ik een puber was, was ik bijvoorbeeld depressief, onzeker, narcistisch en manisch. En dat allemaal tijdens één lesuur wiskunde A. Het ene moment plaste ik in mijn broek van het lachen, het andere moment zat ik te huilen alsof het nooit meer goed zou komen.
En ik had het nog makkelijk. Ik werd niet gepest, ik zat niet op beschamende sporten zoals tafeltennis, ik had een iets nomaler kapsel dan Tim K. en mijn ouderlijk huis lag niet vol vuurwapens.
Toch speelden mijn hormonen, en die van alle pubers, zulke rare spelletjes met mijn gemoed dat ik in die tijd zeker een kandidaat voor Prozac zou zijn geweest. Wat nog niet bestond. Toen was de remedie gewoon mijn vader die zei: ‘Huil niet, daar krijg je hoofdpijn van.’ Dat was ook zo.
Puber zijn is verschrikkelijk, daar komt het op neer. Daarmee praat ik Tims amok niet goed. Maar het heeft meer zin om ons in het depressieve puberbrein te verdiepen dan in stupide computerspelletjes die Counter Strike heten.
