Nog steeds zoek ik poes Piet. Ik heb het poezenmedium Marianne D. ingeschakeld, die contact met hem heeft gezocht. Zo ongeveer ging het contact met Piet.
Piet, hoe is het met je?
- Ik ben in de war. Ik weet niet wat ik moet doen. Ik leef nog wel, ik ben nog in de stad, in een buitenwijk, in een rustiger buurt dan waar ik eigenlijk woon.
Hoe ben je ontsnapt?
- Ik ben de deur uitgegaan, een keukendeur. Ik vond het te druk in het huis waar ik was. Er waren veel mensen, geen dieren.
Wist je dat het tijdelijk was?
- Nee, dat wist ik niet. Ik wou zo graag terug naar mijn eigen huis, maar ik wist niet dat ik alleen maar aan het logeren was. Ik dacht dat het voor altijd was. Ik vind het heel vervelend dat ze mij aan het zoeken zijn.
Wat is er gebeurd nadat je ontsnapt was?
- Ik ben gewoon mijn eigen gang gegaan. Ik leef buiten.
Wil je weer naar het vrouwtje terug?
- Heel graag, ik mis haar ontzettend.
Hoe ver weg ben je?
- Niet zo ver, een paar honderd meter. Ik zit op een grasveld, onder een boom. In een soort parkje, bij water met eenden en zwanen. Er staat een flink roodstenen gebouw, een flat. Hoog. Het is hier niet druk, veel groen. Er staat een achtergebleven auto. Ik hoor auto's en brommers, soms een sirene, en veel vogels. Ik ruik frisse lucht, bomen water. Ik zie wel mensen, maar ze zien mij niet.
- Piet, je moet terug gaan naar je oppasadres, laat je zien, trek aandacht. Dan brengen de mensen waar je hebt gelogeerd je terug naar je eigen huis. Gebruik je intuïtie, laat je helpen.