kruisten mijn lees- en kijkpad, dit weekeinde.
Eerst was daar Rutger Castricum, voorheen de horzel van Geen Stijl, nu een aftreksel daarvan bij de publieke omroep POWNED, geïnterviewd in Het Parool (PS). Het leuke van dit interview vond ik dat je heel goed zag dat Rutgers doel in het leven voornamelijk is: ontregelen, ongemak veroorzaken, ongrijpbaar zijn. Niks meer, niks minder. Dit alles niet als middel om iets te aan te tonen, maar gewoon, als enige doel. Belletje trekken en van om de hoek kijken hoe iemand verbaasd naar de lege straat kijkt. Leuk tijdverdrijf, maar puberaal. En volkomen zinloos. En behalve af en toe voor een ontluisterd individu ongemakkelijk. Prima, als je eraan gewend bent, is het onschadelijk en ongevaarlijk. Ik vond het een geruststellend interview.
En dan, in Buitenhof, een gesprek met CDA-er Herman Wijffels. Een internationale topfiguur, bevlogen denker, die vanuit zijn CDA zijn onrust over de verrechtsing van zijn partij analyseert en, zoals hij al jaren doet, probeert de maatschappij uit de heilloze verwarring te krijgen. Hij fileerde haarfijn het gedrag van de huidige partijtop, onder aanvoering van Maxime Verhagen en liet doorschemeren dat als de partij op deze weg (naar het rechtse kabinet) doorgaat, hij voor het eerst waarschijnlijk afscheid gaat nemen als lid. Het was een inspirerend gesprek met een man waarvan je alleen maar dacht Werd hij maar onze premier, dan was er nog hoop in deze bange tijd.
Ik zet deze twee gesprekken naast elkaar, omdat het zo duidelijk het negatieve cynisme (de mode van deze tijd) en het bezorgde positivisme naast elkaar zette. In mijn hoofd dan. En omdat de Castricums zoveel grotere bekken hebben dan de Wijffels-en. En omdat ik dat zo deprimerend vind.