Eerste herinnering. In één van de eerste Plantage-uitzendingen, waarin hij te gast was, vroeg ik hem een stukje voor te lezen uit een Dagboek van Hans Warren. Een fragment waarin beschreven werd hoe de schrijver zichzelf bevredigt met een stofzuigerslang. Hij moest zo lachen dat hij minutenlang deed over de paar zinnen. En als hij lachte, lachte iedereen. Dat had hij over zich. Hij straalde een soort vrolijkheid uit, die hij, naar we nu weten, kennelijk zelf niet altijd voelde.
Een paar maanden geleden, zag ik hem weer eens. Ik voelde me niet helemaal top (en aan mij zie je dat meteen), toen een geweldige auto (sportauto??) met een geweldige jonge man erin voor me stopte. Hé Hanneke, wat leuk om jou te zien, riep de mooie jonge man uit de mooie auto. De zon ging ter plekke schijnen, ik ging een beetje glimmen en riep terug: Dat is helemaal wederzijds, Antonie, mijn dag kan niet meer stuk! Zijn lachrimpels gloeiden onweerstaanbaar.
Ik kan me hem niet anders dan lachend herinneren.